Schelden diap

Arbeidsdiscriminatie & Ongewenste Omgangsvormen

Arbeidsdiscriminatie

Discriminatie is het ongeoorloofd onderscheid maken tussen en achterstellen van mensen en groepen op basis van kenmerken die in een specifieke situatie niet van belang zijn. De kenmerken waarop mensen gediscrimineerd worden verschillen nogal. Zoveel kenmerken als er zijn om tussen twee personen onderscheid te maken, zoveel redenen kunnen er feitelijk zijn om te discrimineren.

Discriminatiegronden

In de Nederlandse wet zijn in totaal 13 discriminatiegronden vastgelegd:

  • ras (afkomst of huidskleur);
  • nationaliteit;
  • geslacht;
  • hetero- of homoseksuele gerichtheid/seksuele geaardheid;
  • transseksualiteit;
  • politieke overtuiging;
  • godsdienst;
  • levensovertuiging;
  • handicap of chronische ziekte;
  • burgerlijke staat;
  • leeftijd;
  • arbeidsduur (fulltime of parttime);
  • soort contract (vast of tijdelijk).

In relatie tot discriminatie op het werk en de arbeidsmarkt kunnen alle discriminatiegronden van toepassing zijn:

Ras (afkomst of huidskleur) & nationaliteit

Indien mensen anders behandeld worden op het werk omdat zij een andere huidskleur hebben, is in alle gevallen sprake van discriminatie.

Geslacht

Deze vorm van discriminatie komt op het werk veel voor. Er zijn nog steeds (te) veel werkgevers die vrouwen voor hetzelfde werk minder betalen dan mannen. In hogere managementlagen is er in de meeste organisaties nog sprake van een ondervertegenwoordiging van vrouwen.

Hetero- of homoseksuele gerichtheid & transseksualiteit/seksuele geaardheid

Deze vorm van discriminatie komt op twee momenten voor: bij aanname van een medewerker en ook op de werkplek. Homoseksuele of transseksuele medewerkers kunnen worden gepest met hun geaardheid. 

Politieke overtuiging

Een politieke overtuiging mag geen reden zijn voor ongelijke behandeling op het werk. Een werkgever mag een werknemer niet ontslaan vanwege zijn mening in een politieke discussie, die anders is dan die van de werkgever.

Godsdienst en levensovertuiging

In Nederland staat het mensen vrij te geloven wat zij willen. Het is echter niet toegestaan om mensen anders te behandelen op basis van hun geloofs- of levensovertuiging. Een moslima verbieden op het werk een hoofddoek te dragen is een voorbeeld van deze vorm van discriminatie.

Handicap of chronische ziekte

Een potentiële werknemer niet aannemen vanwege een handicap of chronische ziekte is niet toegestaan wanneer deze handicap of ziekte de uitvoering van het werk niet belemmert.

Burgerlijke staat

Iemands burgerlijke staat kan een discriminatiegrond zijn op het werk, bijvoorbeeld wanneer een werkneemster geen extra verlofdag krijgt wanneer ze een partnerregistratie wil aangaan met haar partner, terwijl werknemers die gaan trouwen wel een extra verlofdag krijgen. 

Leeftijd

Deze vorm van discriminatie komt veel voor op de arbeidsmarkt, voornamelijk tijdens de sollicitatiefase. In vacatureteksten mag geen toespeling meer worden gemaakt op de leeftijd van de gewenste kandidaat, en een werkgever mag iemand niet weigeren voor een functie op basis van leeftijd, terwijl de leeftijd de uitvoering van de functie niet belemmert.

Arbeidsduur (fulltime of parttime)

Werkgevers kunnen discrimineren op basis van arbeidsduur, bijvoorbeeld door alleen medewerkers die meer dan 32 uur per week werken in aanmerking laten komen voor een seniorenregeling. Een ander voorbeeld is dat een parttimer een lager uurloon krijgt dan zijn/haar fulltime collega terwijl ze hetzelfde werk doen.

Soort contract (vast of tijdelijk)

Een werknemer met een tijdelijk contract wordt gediscrimineerd door de werkgever, wanneer deze wordt buitengesloten van zaken als pensioenregeling, winstuitkering en dergelijke terwijl medewerkers in vaste dienst daar wel aan deelnemen.

Discriminatie of onderscheid?

Niet elk onderscheid tussen mensen of groepen kan als discriminatie worden bestempeld. Er bestaan situaties waarin het functioneel is om onderscheid te maken tussen mensen. Een werkgever kan iemand weigeren voor de functie van receptionist, omdat hij of zij de taal niet spreekt. In dat geval is er geen sprake van discriminatie. Iemand weigeren voor die functie, omdat hij of zij bijvoorbeeld een donkere huidskleur heeft, is wel discriminatie.

Slachtoffer of dader?

Slachtoffers van discriminatie zijn overwegend representant van een minderheid (op maatschappelijk niveau of binnen de eigen organisatie). Daders van discriminatie kunnen zijn: de werkgever, leidinggevenden, collega’s of externen (bijvoorbeeld klanten of cliënten).

Vormen van discriminatie

Positieve discriminatie

Er bestaat ook positieve discriminatie of voorkeursbeleid. Bij deze vorm van discriminatie wordt er onderscheid gemaakt waarvan de gediscrimineerde positieve gevolgen zal ervaren. Een werkgever mag bij gelijke geschiktheid de voorkeur geven aan bepaalde sollicitanten, zoals vrouwen of allochtonen, wanneer deze groepen ondervertegenwoordigd zijn in een bepaalde functie in een bedrijf. Over deze vorm van discriminatie bestaan overigens verschillende standpunten. Zo geven bepaalde groepen aan dat positieve discriminatie ook negatief is. Niet voor de positief gediscrimineerde maar voor de groep die in dit geval dan negatief gediscrimineerd zou worden.

Impliciete discriminatie

Impliciete discriminatie is onbewust en vaak subtieler. Het ontstaat wanneer mensen niet de tijd hebben om hun impulsen te beheersen en hun keuze te overdenken. Dan krijgen we natuurlijke voorkeuren (d.w.z. onbewuste associaties of stereotypen). Bijvoorbeeld wanneer een werkgever onder tijdsdruk moet kiezen tussen een mannelijke en een vrouwelijke sollicitant voor de functie van manager. In zo’n geval is het aannemelijk dat de werkgever de voorkeur geeft aan de man vanwege eerder gevormde stereotype denkbeelden. Men is zich niet bewust van het feit dat dergelijke associaties (bijvoorbeeld dat mannen geschikter zijn voor de functie van manager dan vrouwen) ten grondslag liggen aan de uiteindelijke beslissing.

Expliciete discriminatie

Expliciete discriminatie, daarentegen, gebeurt middels een bewust proces. Men is zich bewust van de eigen houding of mening ten opzichte van iemand anders en gedraagt zich daar vervolgens ook doelbewust naar. Een leidinggevende die het niet op Aziaten heeft en zijn Aziatische medewerker standaard een lagere beoordeling geeft, is hier een voorbeeld van.

Directe discriminatie

Een ander veel gemaakt onderscheid is dat tussen directe en indirecte discriminatie. Directe discriminatie is bijvoorbeeld het niet aannemen van een sollicitant vanwege haar Surinaamse afkomst. Directe discriminatie is een expliciete vorm van discriminatie.

Indirecte discriminatie

Indirecte discriminatie is meer verhuld, bijvoorbeeld het hanteren van criteria die niet relevant zijn voor de baan in kwestie maar wel in het nadeel werken van bepaalde groepen. Bijvoorbeeld de eis om vloeiend Nederlands te spreken in een functie waarvoor dit niet belangrijk is, met als (bewust of onbewust) doel bepaalde groepen buiten te sluiten.

Institutionele discriminatie

Ook standaard regels of procedures in het personeelsbeleid en ‘gewoontes’ in een bedrijf kunnen discriminerend zijn. Dit noemt men institutionele discriminatie. Een voorbeeld hiervan is stelselmatig bepaalde wervingskanalen gebruiken (zoals interne netwerken) die bijvoorbeeld vrouwen bij voorbaat minder kansrijk maken. Hoe groot de omvang is van institutionele discriminatie in Nederland is niet bekend.

Het hebben van stereotype denkbeelden of vooroordelen betekent nog niet dat een werkgever of een collega discrimineert.

Discriminatie door werkgevers en leidinggevenden

Veel van de klachten over discriminatie gaan over situaties die plaats hebben gevonden tijdens de sollicitatieprocedure. Discriminatie door een leidinggevende heeft vaak de meest nadelige gevolgen voor het welzijn van het slachtoffer.

Discriminatie door collega's

Ook discriminatie door collega’s is een voorkomend fenomeen. Bijvoorbeeld wanneer collega’s ongepast nieuwsgierig zijn naar iemands seksuele voorkeur, een collega pesten vanwege transseksualiteit of collega’s van een andere nationaliteit of ras tegenwerken tijdens het uitvoeren van arbeid of buitensluiten tijdens pauzes.

Discriminatie door externen

Werknemers hebben helaas soms ook te maken met discriminatie door externen. Dit kunnen klanten, cliënten, leveranciers of controleurs zijn. Bijvoorbeeld wanneer een autochtone klant hulp weigert van een allochtone medewerker.

Pexels alexander suhorucov 6457544