Uiteindelijk is een werkgever verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de RI&E en het plan van aanpak. Als er zaken rond die RI&E niet goed gaan dan is dat de verantwoordelijkheid van de werkgever. Een werkgever kan de RI&E natuurlijk geheel zélf uitvoeren, maar in veel bedrijven is deze taak neergelegd bij de preventiemedewerker(s) en komt tot stand in samenwerking met de OR en of de PVT.
- Als een bedrijf meer dan 25 medewerkers en een RI&E en plan van aanpak heeft gemaakt moet deze RI&E en het plan van aanpak voor een onafhankelijke toetsing worden voorgelegd aan een gecertificeerde arbodienst of arbodeskundige.
- Bij 25 of minder werknemers is toetsing niet nodig. Recreatiebedrijven hebben vaak te maken met een sterk wisselend aantal medewerkers. Hiervoor geldt de richtlijn het gemiddelde aantal medewerkers over het hele jaar te nemen. Daarbij geldt niet het aantal FTE's, maar het aantal daadwerkelijke medewerkers. Dus heeft jouw bedrijf gemiddeld meer dan 25 medewerkers dan moet de RI&E getoetst worden.
De arbodienst/arbodeskundige stuurt het resultaat van deze toetsing niet alleen aan de werkgever, maar ook aan de OR of de PVT. Het advies van de arbodeskundige kan tot een aanpassing in de RI&E en het plan van aanpak leiden. De aangepaste RI&E en het plan van aanpak worden voorgelegd aan de OR of PVT ter instemming. Na instemming van de OR of PVT gaat de werkgever met hulp van de (preventie)medewerkers aan de slag met het plan van aanpak.
De Inspectie SZW kan de werkgever vragen om de RI&E en het plan van aanpak. Als daarin is afgeweken van het advies van de arbodienst of arbodeskundige, zal Inspectie SZW vragen om de motivatie: wat zijn de overwegingen van de werkgever geweest om af te wijken van het advies van de arbodienst of arbodeskundige. Alleen de Inspectie SZW kan de werkgever dwingen om bepaalde maatregelen te treffen.